Wachten, hebt u er ook zo’n hekel aan? Wachten… op de ovtaxi of de bus. In de rij voor de griepprik. Aan de telefoon tot u eindelijk de goede persoon aan de lijn krijgt. En zo kunt u zelf vast nog meer voorbeelden bedenken, we wachten wat af met zijn allen! En meestal voelt dat als zonde van de tijd. Er is zo’n liedje voor kinderen: stil maar, wacht maar alles wordt nieuw. Ik werd daar als kind nogal ongeduldig van. Stil maar wacht maar? Ja daaag, daar heb ik geen zin in! Daar heb ik geen tijd voor! Wachten… Een hoop mensen zijn er denk ik tegenwoordig niet zo heel goed in. Misschien leer je dat beter als je zoals u wat langer in het leven meeloopt en nog beter dan jongere mensen weet dat dingen in het leven niet altijd zo gaan als je zelf wilt. Maar wachten is niet alleen maar vervelend. Wachten is niet alleen je tijd verdoen, wachten is ook op de uitkijk staan. Wachten is ook naar iets of naar iemand uitzien. Zoals je niet kunt wachten tot je liefste er is als je elkaar een tijd niet hebt gezien. Wachten is ook, je op iets voorbereiden. Wachten heeft dus twee kanten. De kant van: 1,2,3,4 komt er nog wat van en: we zijn er bijna, maar nog niet helemaal!
Dat leren we van de tijd van Advent die zondag begint. Advent, tijd van uitzien en verwachten. Uitzien naar het feest, naar het wonder van Gods komst onder ons, midden in onze wereld. Maar juist in die voorbereiding op het feest van het licht zie je ook deste scherper dat het soms ook nog zo donker is om ons heen.
Paulus heeft het in zijn brief aan de gemeente in Rome ook over wachten. Wachten en hopen. Hij wacht op, hij kijkt uit naar een betere gelukkigere wereld. Hij kijkt om zich heen en hij ziet een wereld die zucht en steunt onder een hoop pijn en verdriet, als een moeder die weeën heeft. Heel de schepping, schrijft hij, ziet verlangend uit naar Gods openbaring. Dat vind ik wel prettig aan Paulus dat hij de moeilijke dingen in het leven ook gewoon durft te zeggen. Er is een hoop zinloosheid in onze wereld, schrijft hij gewoon heel eerlijk. Maar hij is zeker geen sombermans die alleen maar de negatieve dingen in de wereld ziet. Hij heeft het over weeën. Die nieuwe wereld waar Paulus op hoopt is dus al bezig te komen. Die nieuwe wereld waarin het leven goed is wordt al geboren. Dwars door moeite en verdriet heen komt soms toch iets van de wereld zoals God die bedoelt om ons heen tevoorschijn. Dat ziet Paulus ook gebeuren. En daar put hij hoop geloof en vertrouwen uit. Hij blijft op de uitkijk staan, want hij is er van overtuigd dat het komt, die nieuwe andere wereld.
Er is één zin in dit stukje van Paulus’ brief die bij mij bleef hangen en dat zijn de woorden: Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien? Ik dacht: zo is het precies: als je iets al voor je hebt hoef je er niet meer op te hopen. Hopen is nu net dat je het nog niet echt ziet maar al wel verwacht dat het er aan komt.
Paulus heeft het in het stuk hiervoor in zijn brief vooral over de pijn en het verdriet dat onze onvolmaakte eindige wereld met zich meebrengt. Dat raakt hem, daar denkt hij over na. Ieder mens denkt daar wel eens over na, over hoe beperkt en onaf alles is in onze wereld. Zeker zo in de laatste maanden van het jaar als de bomen kaal worden en het zo vroeg al donker wordt komen dat soort peinsgedachten bij veel mensen boven. Paulus hoopt op bevrijding van die grenzen van onze wereld. Hij hoopt op een leven zonder de beperkingen die ons aardse leven met zich meebrengt. Leven zonder ruzie en strijd tussen mensen. Het leven dat heel en goed en af is en dat niet meer stuk te krijgen is. Waar pijn en verdriet en dood niet meer zullen zijn. Inderdaad, dat is er nu nog niet. En het kan dan troostend zijn om even weg te dromen over die gouden toekomst bij God die ons wordt beloofd. Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, de hemel en de aarde…
Maar het is ook niet iets dat voor Paulus alleen maar ooit later eens een keer komt. Hij zit niet alleen maar weg te dromen over een verre gouden toekomst. Nee, hij ziet al de barensweeen van wat God met u en mij, met ons allemaal voor heeft. Eens zullen wij als Gods kinderen, voorgoed Zijn beeld en gelijkenis, kunnen en mogen leven. En daar kunnen we nu al mee beginnen! Hou vol, wil Paulus zijn medegelovigen in Rome toeroepen.
Hij ziet dat Gods goede toekomst zich NU al om ons heen aankondigt. JE zou kunnen zeggen: Paulus is al begonnen met aftellen. Tien, negen, acht zeven… nog even geduld!
Wie hoopt op wat nog niet zichtbaar is, schrijft hij blijft verwachten met volharding. Advent is dat precies: blijven verwachten, blijven uitzien naar tekenen van Gods komst in onze wereld. Aftellen tot het feest van Gods licht, juist midden in de donkerste dagen van het jaar. Zoals een kind precies weet: nog zoveel nachtjes en dan …. dan ben ik Jarig! Advent betekent: Wacht maar…. Het komt! Gods genade in onze wereld. Zijn liefde die de kou verdrijft, zijn licht dat het donker om ons heen wegjaagt. Het komt, maar misschien wel heel anders dan we ons voorstellen. En misschien juist wel als we er helemaal niet op rekenen. Om met Judith Herzberg te spreken: het duurt soms langer, maar soms ook korter dan je denkt….
Amen